Yacco Weiss:kunst onder hoogspanning

Overdag is het moeilijker dan ’s avonds om het atelier van lichtkunstenaar Yacco Weiss te vinden. Nu baadt de bungalow in een traditionele verkavelingswijk in zomers zonlicht, maar ’s avonds neemt het neonlicht van kunstwerken het over. Let there be light.

YW #40 B.W. (Blue – White) – 2020

Ook al bevinden we ons in Limburg, Yacco’s accent verraadt onmiddellijk dat hij Antwerpse roots heeft. Het was inderdaad rond het Antwerpse, waar zijn ouders een lichtreclamebedrijf hadden, dat hij zijn eerste stappen in de neonreclame zette. De kunst volgde later. De dampende koffie is straf en pittig, de perfecte sfeermaker voor een interview dat uit zal uitwaaieren van politiek tot kunst, van Heidegger tot Kant, van Bauhaus tot Warhol.
“Ik heb een grafische opleiding genoten, maar geen academie gevolgd. Ik had een late roeping, maar ik heb altijd wel veel musea en galeries bezocht. Een selfmade kunstenaar dus, die figuratief begon, alles vernietigde en daarna zijn eigen weg zocht in de neonkunst.” Yacco slaagt erin in enkele zinnen een gans leven te schetsen. Initieel heeft hij zelf nooit de link gelegd tussen neon en kunst. De Amerikaanse kunstenaars die in de jaren zestig van de vorige eeuw neon integreerden in hun werk, gebruikten in feite een product dat als reclame reeds over zijn hoogtepunt was. “Wanneer neon commercieel afgedankt werd, eigenden kunstenaars het zich toe.” Als we aan lichtkunst denken, valt dadelijk de naam van Dan Flavin. Maar Yacco verduidelijkt dat Flavin vooral tl gebruikte. Neon is veelzijdiger, een edelgas. Neon biedt veel meer mogelijkheden qua vorm en kleuren. Uit zijn mond klinkt het bijna als een ode.

“Wanneer neon commercieel afgedankt werd, eigenden kunstenaars het zich toe.”

Kruisbestuiving
Als we even rondkijken in zijn atelier annex woning vallen inderdaad de verschillende kleuren en vormen op die in zijn werken aanwezig zijn. Ze vloeien naadloos over in het interieur. De vraag waar kunst eindigt en design begint (of omgekeerd) lokt een pittig antwoord uit, alsof hij de woorden al meerdere keren heeft uitgesproken. “De grens tussen kunst en design lijkt mij irrelevant. Ik besef heel goed dat mijn werken soms balanceren tussen beide… en ik heb er geen enkel probleem mee. Design is een massaproduct. Mijn werken zijn unieke stukken. Als we design, als toegepaste kunst, benoemen als vormgeving van een gebruiksobject, dan is kunst de vormgeving van een filosofisch of abstract idee. Oftewel toegepaste filosofie. Ik zie geen reden waarom men niet in beide vakgebieden actief zou mogen zijn. Kruisbestuiving lijkt mij interessanter dan hokjesdenken. Ik denk dat in de toekomst de grenzen sowieso zullen vervagen.”

De grens tussen kunst en design lijkt mij irrelevant. Ik besef heel goed dat mijn werken soms balanceren tussen beide.

Op de vraag hoe je aan dergelijke kunstwerken begint, grapt Yacco voorzichtig. “Neon is broos en vergt de nodige voorzorgsmaatregelen. Bovendien zorgt de transformator ervoor dat het werk zwaar wordt en in de muur verankerd moet worden. Voor het werk 40 B.W. heb ik eerst de rand afgeplakt, vervolgens werk ik met een breed paletmes nat in nat hierdoor krijg je een uitfaden van de verf dat tegelijk het vervagen van tijd en ruimte voorstelt, tijdelijkheid en chaos. Als kind keek ik, wanneer we met de trein reden, vaak recht door het venster: door de snelheid van de trein vervaagde het landschap optisch. Dit reizen door tijd en ruimte is me altijd blijven fascineren. Tegelijk zorgt de hardedge aflijning ervoor dat er een zeker evenwicht ontstaat tussen de orde en chaos. En dan is er licht natuurlijk. Licht is een van de meest essentiële elementen op aarde. Dat men in antieke culturen en beschavingen vaak een zonnecultus had, mag bijgevolg niet verwonderen. Zonder licht is er geen fotosynthese bij de planten, geen leven, geen kleur. Dat plaatst lichtkunst natuurlijk in een ander perspectief.”

Strakke eenvoud
Zijn kunstwerken krijgen alleen een nummer en een afkorting. Geen titels die toelaten om door te dringen in de ziel van zijn kunstwerken. De figuratie uit zijn beginperiode heeft plaatsgemaakt voor abstractie die uitnodigt een eigen verhaal te schrijven. “Het is een klassieker, maar na de uitvinding van de fotografie, het Europese trauma van de wereld-oorlogen en Magrittes pijp, voel ik persoonlijk niet de behoefte om nog iets figuratief uit te beelden. Toegegeven, abstractie vertrekt vanuit een zeker nihilistisch mensbeeld, dat kan men niet ontkennen. De zinloosheid van de existentie. Maar ook nihilisme heeft een bestaansrecht. Bovendien, de overkill aan beelden en prikkels die wij in de hedendaagse mediamaatschappij dagelijks moeten ondergaan is op zich al een reden om geen overbodige beelden toe te voegen, doch eerder om deze te vereenvoudigen. Geef mij maar de strakke eenvoud van Bauhaus.” Instagram verandert de manier waarop we naar beelden kijken. De kwaliteit van het werk moet baan ruimen voor het fotogenieke karakter ervan. Op YouTube zijn daar tientallen voorbeelden van te vinden, surf maar eens naar “How Instagram traps are changing art museums” waarin een van de geïnterviewden toegeeft alleen maar aanwezig te zijn in het museum om foto’s van zichzelf te nemen.

Ook nihilisme heeft een bestaansrecht.

Nochtans wil de paradox dat Yacco zichzelf volop bedient van de sociale media om zijn werken in het spotlicht te plaatsen. Geïnteresseerden vinden hem vooral via Instagram. Tegelijk voegt hij eraan toe dat galeriehouders de taak hebben om kaf van koren te scheiden. Zij moeten ervoor zorgen dat kwalitatieve kunst aangeboden wordt. “Ik denk dat de demo-
cratisering van kunst, dus de vulgarisering en ont-waarding, een laatste fase voor het sterven is. Kijk, industrialisatie zorgde, paradoxaal genoeg, zowel voor een democratisering als voor een devaluatie in waardering van de arbeid alsook van het product. Want de ambachtsman is vervangen door een bandarbeider, die op zijn beurt overbodig wordt door automatisatie. Het goedkope massaproduct wordt dus waardeloos en waardenloos. Net zoals het huidige massatoerisme “hippe” steden ruïneert, dragen social media bij aan de vulgarisering en het sterven van de kunst. Waarbij kunst wordt gedegradeerd tot een hippe selfie achtergrond. Als de massa er klaar mee is, is het game over. Doch kunstenaars en musea zijn er even medeplichtig aan, omdat zij onderhevig zijn aan marktmechanismes nemen ook zij deel aan de spektakelmaatschappij. Guy Debord kloeg deze spektakel- en consumptiemaatschappij reeds vorige eeuw aan. Kortom we evolueerden van sacrale kunst naar (post)modernisme en waarschijnlijk in de toekomst naar pulpkunst. De kunst van de toekomst zal dus verworden tot een gedemocratiseerd wegwerp- en belevingsartikel voor de massa.”
Tegelijk steekt Yacco zijn bewondering voor Andy Warhol niet onder stoelen of banken: “Ik denk dat Warhol subliem was omdat hij als een van de weinigen, maatschappijkritiek tijdloos kon vorm-geven. Zijn Death and Disaster-reeks was zeer gedurfd. “Ik vraag me af wat Warhol nu zou maken in deze social media tijden. Iedereen zijn vijftien minuten of shame,” lacht Yacco.

Dit interview verscheen in TheArtCouch #6. Momenteel zitten we in de laatste rechte lijn voor ons nieuwe nummer dat in april verkrijgbaar zal zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s