Eddy Stevens laat zich niet in een vakje plaatsen

Geen sant in eigen land. Het gezegde gaat in beperkte mate op voor Eddy Stevens. Hij wordt vertegenwoordigd door talrijke galerijen in het buitenland, maar hier blijft hij vooralsnog een
onbekende parel. TheArtCouch ging op bezoek bij deze kunstenaar in de glooiende weidsheid van het pittoreske Wodecq.

Enkele jaren geleden verruilden Eddy en zijn echtgenote Sophie Frankrijk voor het Henegouwse Wodecq. Het was te stil in Frankrijk volgens Eddy. Maar als ik in de verte staar, vraag ik me af hoe we deze idyllische stilteoase dan moeten noemen. De kunstenaar ontvangt ons hartelijk in zijn atelier. Dit is een plaats waar alles klopt volgens hem: de wereld is in balans, ook al geeft hij onmiddellijk daarna toe dat het in feite niet veel uitmaakt. Mijn atelier is waar mij schildersezel staat, parafraseert hij het bekende adagium. Ook al dateert zijn vroegste herinnering aan zijn kunstenaarschap van voor die tijd, toch vermeldt Eddy twaalf jaar als leeftijd waarop hij zich kunstenaar voelde. Hij was geen studax, verliet de school op jonge leeftijd en trad bij zijn vader, die diamantzager was, als leerjongen in dienst. Op de vraag of het gebrek aan didactische vorming in zijn nadeel speelde, antwoordt hij ontkennend. “Wellicht was mijn technische kennis dan sneller tot stand gekomen, maar aan de andere kant werd ik daardoor niet in een bepaalde (kunst)richting gedwongen. Figuratie was lange tijd not done, tot Luc Tuymans dit opnieuw op de kaart zette. Misschien is dit ook mijn geluk geweest. Had een academische opleiding me niet op een ander pad gezet? Ook kruisten collega-kunstenaars mijn weg die mijn artistieke weg verder bepaalden.”


Vervreemding

Surrealisme heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het leven van Eddy. Toen hij op zestienjarige leeftijd zijn eerste tentoonstelling had, stak hij zijn fascinatie voor Dalí, Magritte en Delvaux niet onder stoelen en banken. Op een bepaalde manier voelde hij een natuurlijke verbondenheid met deze kunststroming, maar termen als fijnschilder en magisch realisme horen ook thuis in het rijtje om het werk van Stevens te omschrijven. “Mijn verhaal wordt sterker door de aanwezigheid van de toeschouwer. Ik wil zijn of haar interpretatie van mijn werk niet ondergraven. Ik wil mensen bewust verwarren, want dan denkt men na en stelt men vragen.” Eddy onderbouwt zijn betoog aan de hand van het kunstwerk dat zich momenteel op zijn schildersezel bevindt. Een man op bankje, een vaas met bloemen, een beeldje van een maaier ernaast op tafel. De man houdt een vinger geklemd tussen zijn leesboek, alsof hij elk moment de leesdraad opnieuw zal oppikken. De achtergrond is bewust anoniem gehouden. De toeschouwer moet de locatie zelf aanvullen. Het kleurenpalet en de techniek van Stevens verraden inderdaad zijn vakkennis: de schaduwen in de plooien van de kledij, de trouwring die bijna in de hand vergroeid is, de gevlekte handen die een zekere leeftijd verraden. Onze aandacht wordt verder getrokken door de beschermende kledij over het hoofd van de man, de tafel die balanceert met een ontbrekende poot. “Mijn werken moeten de indruk geven dat ze werkelijk mogelijk zijn, tegelijk wil ik verwarring creëren. Deze vervreemding is het eerste wat de toeschouwers opvalt. Dit bizarre is mijn taal geworden. Ik kan het op geen andere manier op doek brengen. Ik laat het aan de toeschouwer over om het verhaal verder aan te vullen.” Eddy geeft toe dat de verhalen van wie interpreteert soms sterker zijn dan zijn eigen oorspronkelijke versie. De relevantie van zijn verhaal verdwijnt dan naar de achtergrond.

Unconfirmed experiment nr°13 (80×100)

Vakmanschap

Surrealisme mag dan een constante zijn in het werk van Stevens, toch oogstte hij ook veel bijval met zijn naakten. Vooral Nederlandse kopers lieten zich verleiden door het werk waarin partner Sophie een grote rol speelt, zoals De blonde haren waarop de zon speelde. Echter, op een bepaald moment ervaarde hij deze werken als te beperkend en stak de surrealistische muze opnieuw de kop op. Dat surrealisme komt vaak tot uiting door de geometrische figuren die hij aan de realistische omgeving toevoegt. Een uitbreiding die soms te gratuit overkomt. Ze breken het (sur)realistische beeld met hun abstractie, trekken de aandacht maar breken bij momenten ook de eenheid van het beeld: de synergie blijft bij momenten uit, mijns inziens. Op de vraag wanneer een werk af is, krijg ik het antwoord dat veel kunstenaars geven. “Je weet het gewoon.” Ondanks de gedetailleerde penseelvoering wil Eddy geen fotografisch werk maken. Hij nodigt me uit om zijn werk van dichtbij te bekijken. Ik ruik de verf, zie de penseelstreken, detecteer een haartje van de huishond. Het vakmanschap van Eddy is onmiskenbaar, zowel van dichtbij als vanaf een afstand. Zijn beeldtaal is bevreemdend herkenbaar met steeds terugkerende onderwerpen (vogels, hoofddeksels en maskers) in zijn oeuvre. Ze vormen een poëtische taal die zich niet gemakkelijk in een (kunst)vakje laat plaatsen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s